muziek

Achterstallig onderhoud

Mijn nieuwste column is al weer een paar dagen in druk te lezen; op Facebook heb ik daar al een foto van geplaatst, maar hier staat ie nog niet. Intussen heb ik al weer heel veel andere stof om wat over te schrijven, maar dat moet weloverwogen en rustig gebeuren.

Dus doen we eerst deze maar.

BB King

BB King

Meer blues

Twee jaar geleden schreef ik voor dit blad een verslagje van onze muziekreis naar Amerika. Voor degenen die dat gemist hebben: we maakten een reis van Chicago naar New Orleans, om zo een spoor van de bluesmuziek terug naar zijn oorsprong te volgen. U kunt dus wel raden dat muziek voor mij het een en ander betekent.
Nou hoop ik dat dat voor veel kerkmensen geldt; wie immers regelmatig in een kerk komt, krijgt net zo regelmatig ook met muziek te maken. Dan kun je dat maar beter op zijn minst prettig vinden. Ik denk dat ik er niet ver naast zit wanneer ik stel dat ik het grootste deel van mijn muzikale vorming heb opgedaan in of rond de kerk. Muziek is voor veel gelovige (en trouwens ook voor ongelovige) mensen een manier om gevoelens te uiten, het onuitsprekelijke uit te spreken, verbinding te maken met medemensen over de grenzen van taal heen.
Veel muziek is ook te herleiden tot een kerkelijke oorsprong. Neem bijvoorbeeld de blues: die heeft duidelijk herkenbare wortels in de oude gospelmuziek van de katoenstaten in Noord-Amerika. Trouwens, als je de lijn wat algemener houdt, zie je ook dat veel moderne muziek geïnspireerd is op oudere Europese kerkmuziek: hoe vaak hoor je niet een melodietje waarin je de oude Johann Sebastian Bach terug herkent?
Ik houd ervan dat soort verbindingen en verbanden in muziek terug te horen. Ik houd er ook van om mensen helemaal te zien opgaan in hun spel als ze een instrument bespelen, of in hun zang als hun instrument de eigen stem is. Als ik bij een live-optreden ben, betrap ik mezelf regelmatig op een grote grijns die ik alleen met moeite van mijn gezicht af kan krijgen.

Eric Clapton

Eric Clapton

Dat gebeurde me ook eerder deze maand in The Royal Albert Hall in Londen, waar we een concert mochten bijwonen van Eric Clapton – precies op de dag dat bekend werd dat een van zijn muzikale helden, B.B. King, was overleden op 89-jarige leeftijd. Een overlijden is geen reden tot lachen, en de blues is als zodanig ook geen grappige of blije muziek. Maar toen ‘E.C.’ aan het begin van zijn optreden de show opdroeg aan ‘B.B.’, kon ik alleen maar knikken en glimlachen. En velen met mij, waarschijnlijk. Clapton is een man van weinig woorden: met zijn muziek zegt hij des te meer. Hij schaamt zich er niet voor dat hij veel te danken heeft aan de ‘oude meesters’ van zijn genre, en dat vind ik mooi.
Aangekomen op dit punt in mijn verhaal, twijfel ik. Moet ik doorgaan over de ‘oude meester’ en zijn bijdrages aan meer dan alleen de muzikale wereld, of over het gevoel dat zich van mij meester maakte toen Clapton ‘Tears in Heaven’ inzette? Hij heeft dat liedje geschreven voor zijn overleden zoontje: ‘Zou je me nog herkennen als ik je in de hemel tegen zou komen?’ Op dat moment leek hij het te zingen voor B.B. King, en ik geloofde weer even in het bestaan van zo’n hemel, waar je elkaar later terug kunt vinden, en kunt doorgaan met spelen en zingen.
B.B. King leeft voort op tal van plaatsen en manieren. De muziek zelf leeft hoe dan ook voort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s