Heilig

Passie/Passion

Niet-KiS-lezers hebben nog een columnpje van me tegoed, waarin ik even los ga over het woord ‘passie’.

Het vroege voorjaar lijkt mee te doen met de kerkelijke kalender van dit jaar. Zo valt het amper op dat het pas midden februari is terwijl de 40-dagentijd al begonnen is. Het is de tijd van de katholieke vasten, en van de talloze uitvoeringen van de Matthäus en/of Johannes Passion. Ons woord ‘passie’ is daar een regelrechte vertaling van.
Vroeger had je grofweg twee soorten passie: die van Christus en zijn volgelingen, passie in de zin van lijden, en de passie als een vuur dat oplaait tussen twee mensen die van elkaar houden. Beide vormen hadden een onmiskenbare uitwerking op degene van wie de passie bezit genomen had: zo’n passie doet wat met je, ze laat (brand)wonden en littekens achter, en beïnvloedt je gedrag. Passie is lijden. In de Engelse en Franse taal kennen we de ‘crime of passion’, de ‘crime passionel’, in goed Nederlands ‘misdaad uit hartstocht’, vaak een moord, waarvoor je je passie als excuus hebt, en die je daardoor minder zwaar kan worden aangerekend. Dat is nogal wat, helemaal als je bedenkt dat het tegenovergestelde, de ‘hate crime’ juist extra zwaar bestraft wordt, terwijl de persoon die de misdaad begaat, misschien wel wordt verteerd door een vergelijkbaar vuur.
De passie waarmee Jezus van Nazareth zijn verhaal, zijn boodschap, de wereld in slingerde, moet vanaf het begin overtuigend zijn geweest. Dat kan niet anders, anders was het verhaal allang een stille dood gestorven. Jezus wás zijn boodschap, hij geloofde heilig in wat hij zei, en handelde er ook naar. Dat was nog eens passie!
Dát was passie. Tegenwoordig wordt het woord wat mij betreft vooral mis-bruikt, met name in vacatureteksten (daar kijk ik de laatste maanden nogal eens naar). Van sollicitanten worden momenteel de gekste ‘passies’ verwacht: een boekhouder moet niet gewoon van boekhouden houden, maar een passie voor cijfers hebben, een verpleegkundige moet niet gewoon graag voor mensen zorgen, maar een passie voor zorg of voor mensen hebben. Je kunt tegenwoordig ook een voetbal-passie hebben, of eentje – ongelogen waar! – voor horeca. En nu ik zelf op zoek ben naar betaald werk, moet ik dus eerst op zoek naar mijn passie, want mijn toekomstige werkgever verwacht niets minder van me dan dat ik ‘er helemaal voor ga’ als ik bij hem in dienst treed.
Toen ik nog jong was, was passie iets voor in je vrije tijd, en was werk datgene waarmee je je brood verdiende. Behalve als je dominee was, of een andere hogere roeping volgde; dan mocht je ook eten van je heilige vuur. Maar ik, gewone sterveling, keek hoog op tegen de passie van die geroepenen. Daarmee vergeleken waren mijn liefhebberijen maar slappe aftrekseltjes van de ware passie.
En eigenlijk, heel eigenlijk, vind ik dat nog steeds: laat het woord ‘passie’ toch voorbehouden blijven aan het werkelijke vuur dat bezit kan nemen van mensen die werkelijk warm lopen voor een zaak, een doel, een mens. Maar dán is passie ook tegelijk het mooiste wat je kan overkomen, én wat je drijft om je doel te bereiken. Kijk maar naar Jezus…Untitled-1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s