Boek/Heilig

Dooie boel

Een halve week geleden verscheen mijn laatste column op papier. De abonnees op KiS hebben nu voldoende voorsprong gekregen: vandaag gaat ie online. Oplettende lezertjes zullen er weer uit op kunnen maken dat ik een haat-liefde-verhouding met de kerk heb. ‘De’ kerk is trouwens sowieso al lastig: welke?

En dan gaat het ook nog met een paar woorden over de Bijbel in gewone taal, die onlangs het licht zag. De eindredacteur van KiS vond er een plaatje bij. Ik vond een ander plaatje leuker. Hieronder de tekst.

gewone taal

Twee recente gebeurtenissen op kerkelijk gebied schreeuwen om mijn aandacht op deze plaats. Als neerlandicus zou ik mijn mening kunnen geven over de recent verschenen nieuwe ‘Bijbel in gewone taal’; als geïnteresseerd kerkganger zou ik iets kunnen vertellen over het symposium ‘Op weg naar een nieuwe beleving van God’, dat ik kort geleden meemaakte. Tijd- en studiegenoten van een jubilerende dominee met wie ik bevriend ben, gaven hier hun visie op geloven en gemeente zijn.
Mijn mening geven over die nieuwe Bijbel kan ik alleen van de buitenkant: ik heb hem nog niet van kaft tot kaft gelezen. Ik wil er wél wat over zeggen in het licht van wat ik heb opgestoken van dat symposium (wist u trouwens dat het deftige woord ‘symposium’ te maken heeft met ‘samen drinken’, en dat het dus niet meer dan borrelpraat hoeft te zijn?).
God beleven… Het klinkt wel heel 21ste-eeuws, en eerlijk gezegd misschien ook wel als vloeken in de kerk. Laat God Zich be-leven? Gelukkig ga ik daar niet over. Feit is dat het christendom er intussen 20 eeuwen op heeft zitten, en nog steeds springlevend is. Hoewel: de kerk is soms best een dooie boel, waar bijna geen jonge mensen meer op af komen. Wat moet je met zo’n ouderwets instituut? Verjongen, roepen we allemaal, maar niemand weet hoe.
Een spreekster op het symposium haalde in dit verband een oude ‘Chassidische vertelling’ van Buber aan: als rabbi Israël Baäl Schem-Tov onheil op zijn volk zag afkomen, zocht hij zijn vaste stek in het bos op om te mediteren. Daar stak hij vuur aan, zei hij een gebed op en dan werd het onheil wonderbaarlijk afgewend.
Zijn leerling Magid van Mezeritsch, ging bij naderend onheil naar diezelfde plaats in het bos en bad: ‘God van hemel en aarde, hoor mij aan. Ik weet niet hoe ik een vuur moet aansteken, maar ik kan wel het gebed opzeggen’. En ook daarna werd het onheil wonderbaarlijk afgewend.
Na hem ging ook rabbi Moshe-Leib van Sassov het bos in om zijn volk te redden. Hij zei: ‘Een vuur aansteken kan ik niet, het gebed ken ik niet maar ik ken de plek nog. Dat moet genoeg zijn’. En, o wonder, dat was het.
Vervolgens was rabbi Israël van Ritsin aan de beurt om het dreigende onheil te keren. In zijn stoel vouwde hij zijn handen voor zijn gezicht en bad: ‘Ik kan geen vuurtjes stoken, ik ken het gebed niet, en ik weet zelfs de plek in het bos niet. Dat is alles wat ik u kan vertellen. Is dat genoeg?’ En ook dat gebed was genoeg…
Zou het God niet meer om inhoud gaan dan om vormen en maten? Als de kerk er niet is voor levende mensen, is zij ten dode opgeschreven. Dan kun je nog zo je best doen om traditionele rituelen, kunstige gebouwen, schilderijen en geschriften te bewaren voor het nageslacht, maar niemand kan er wat mee. Voor wie de oude bijbeltaal nog herkent: zulke godsdienst-uitingen lijken op rinkelende cimbalen en schallend koper.
Als er Liefde uit die nieuwe Bijbel spreekt, vind ik het een goed boek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s