muziek

Toch weer naar Matt Andersen!

Je zult popjournalist zijn en voorafgaand aan een optreden van Matt Andersen bijna een hele krantenpagina mogen vullen. En daarvoor mag je dan ook nog naar Keulen om hem te interviewen. Het was dat we al kaartjes hadden, maar als het aan het artikel van Peter Bruyn in het Dagblad van het Noorden van 17 oktober had gelegen, hadden we thuis kunnen blijven. Gelukkig lag het niet aan Bruyn: wij hebben gisteravond weer genoten van een optreden van de Canadese krachtpatser. Wat kan die man zingen en spelen!

De tekst van het openingsnummer, The Gift, krijgt in het artikel van Bruyn de kwalificatie ‘in tegeltjeswijsheden gedrenkt’ mee. Dat is net zoiets als een liefdesliedje waarin ‘Ik hou van jou’ voorkomt, ervan betichten vol met clichés te staan. Wat moet je met zo’n etiket? Maar goed, wij zijn niet weggelopen na dat eerste nummer, maar lekker blijven zitten tot aan de uitsmijter, Ain’t no Sunshine, een oude cover van Bill Withers, jawel. Het mooie met covers is dat ze in sommige gevallen het origineel ‘bedekken’, bijna onhoorbaar maken. Matt Andersen heeft het talent om een prachtige eigen draai te geven aan van zichzelf al mooie songs. Dat deed hij gisteravond ook nog met Call me the Breeze van J.J. Cale. Maar ook zijn eigen liedjes brengt hij overtuigend, waarbij hij zich regelmatig afwijkingen van de albumversies permitteert.

Want na die ‘tegeltjeswijsheden’ volgde ook een heerlijk poëtisch en tegelijk prozaïsch Quiet Company, als ik het goed heb onthouden het favoriete nummer van zijn moeder, en ook één van mijn favoriete Andersen-songs. ‘Als je in de buurt bent, kom even proeven van de soep die ik aan het koken ben, of rust gewoon even uit in mijn huis, ook als ik niet thuis ben; de sleutel ligt onder een steen.’ Ik zie een huisje in het bos, met een gezellige woonkeuken, waar Matt aan het fornuis staat. Ik kan zelfs de soep al bijna ruiken. Matt Andersen geen verhalenverteller?? M’n zolen…

Wat hij ook kan, is zijn publiek meekrijgen. Ik ben bang dat P. Bruyn dat ‘effectbejag’ noemt, of makkelijk scoren of zo; ik zag iemand genieten van de interactie met zijn gehoor. En vice versa. We hadden er met zijn allen lol in om mee te zingen met Round and Round, en ook met People Get Ready, waarbij de mannen alleen maar ‘Oeh-ah’ hoefden te zing-zeggen, en de vrouwen net wat meer melodie kregen. Zolang het geen inhaken-en-meedeinen of verplicht meeklappen wordt, zijn zulke intermezzo’s wat mij betreft welkom. Het contrasteert prachtig met de manier waarop deze grote man vervolgens heel klein een emotioneel nummer als So Gone Now of Coal Mining Blues inzet. Dat is misschien wel Matt Andersens grootste kracht: de manier waarop hij schakelt tussen ingehouden en luidkeels. Steeds toonvast, steeds met de juiste dosis gevoel.

Nou ja, en over zijn gitaarspel heb ik het in vorige blogs al gehad: dat P. Bruyn dat omschrijft als ‘niet zo heel subtiel’ zie (hoor) ik toch een beetje anders. Als je met één gitaar tegelijkertijd een vette baslijn en een solo in het hoog kunt laten horen, en snel kunt schakelen tussen verschillende technieken, kun je volgens mij gewoon fantastisch gitaar spelen.

Ja, en dat hij geen Britney Spears is, ach, who cares? Ik niet. Ik vond het jammer dat wij ons exemplaar van ‘Honest Man’ niet bij ons hadden; dan hadden we dat na afloop kunnen laten signeren  – zo aanraakbaar is Matt Andersen dan weer wel.

Het DvhN-artikel van P. Bruyn

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s